Mentorschap en vaste gezichten binnen de Villa; samenwerking met ouders

De ouders zijn de primaire opvoeders van het kind. Op ons kinderdagverblijf is er eveneens sprake van opvoeding. Wij, als kinderdagverblijf, zijn een partner in de verzorging en opvoeding. Tussen de ouders en pedagogisch medewerksters vindt er een wisselwerking plaats over hoe het kind zich thuis of op het dagverblijf ontwikkelt. Daarom moet er tussen u en de pedagogisch medewerksters een vertrouwensrelatie ontstaan. Alleen wanneer er een optimaal vertrouwensgevoel is kunt u uw kind met een gerust hart bij ons achterlaten.

Om ervoor te zorgen dat de samenwerking tussen ouders en Villa Kakelbont zo effectief mogelijk verloopt, hanteren wij een mentorsysteem.

Dit houdt in dat alle pedagogisch medewerksters van de groep een aantal mentorkinderen hebben. De mentor volgt de ontwikkeling en het welbevinden van haar mentorkinderen met extra aandacht en zij is het eerste aanspreekpunt voor de ouders van het betreffende kind.

Bij plaatsing neemt de eigenaresse ongeveer 4 weken voor plaatsing contact op met ouders om een afspraak in te plannen voor de intake. Deze intake zal plaatsvinden op een werkdag van de mentor. 

Als een kind geplaatst is zal de mentor gedurende de periode dat een kind bij de Villa speelt het kind observeren. Tijdens de officiële gespreksmomenten (zie kopje "VVE en de ontwikkeling van uw kind") zal de mentor het gesprek leiden.                                   

Voor de baby’s en jongste kinderen geldt dat de mentor zoveel mogelijk de eerste verzorgster op het kinderdagverblijf is. Dit betekent natuurlijk niet dat zij zich niet over de andere kinderen zal ontfermen.

Een vaste verzorgster (in de eerste maanden) op het kinderdagverblijf geeft het kind de beste kans om zich veilig te hechten en zich vertrouwd te voelen. Het werken met mentorkinderen verstevigt de relatie met ouders en kind. (Als het kind met een positief gevoel wordt achter gelaten, heeft dit ook een positief effect op het kind.)

Bij de indeling van de mentorkinderen kijken wij naar het aantal dagen dat het kind komt, en welke pedagogisch medewerkster daar het best bij aansluit qua werkdagen. Ruilt het kind van vaste opvang-dag(en), dan bekijken wij ook of het mentorschap moet worden overgedragen. De pedagogisch medewerksters bespreken hun mentorkinderen in hun eigen team als er zich bijzonderheden voordoen. De mentor houdt de kind-map bij.

Als een kind overgaat naar de volgende groep, draagt de mentor informatie betreffende het kind over aan de nieuwe mentor.

Bij zwangerschapsverlof of langdurige afwezigheid van de mentor worden haar mentorkinderen tijdelijk overgedragen aan één van de andere pedagogisch medewerksters. Ouders worden hierover geïnformeerd.

Met het mentorschap wil ons kinderdagverblijf bereiken dat de communicatie effectief verloopt. Een ander voordeel van het mentorschap is meer betrokkenheid bij elkaar. Ook is het voor ouders vanaf het begin duidelijk met wie observatiegesprekken worden gevoerd en op wie zij zich kunnen richten bij vragen betreffende hun kind(eren). Samen denken, doen en beslissen, waarbij een positief en gelijkwaardig contact tussen ouders en de pedagogisch medewerksters de kwaliteit van opvang van het kind optimaal maakt.

Een vertrouwde en wederkerige relatie tussen ouders en de pedagogisch medewerkster verbindt de werelden van een kind: de “thuiswereld” en de “kinderopvangwereld”. Door vaste momenten van contact, zoals “dagelijks” en tijdens de verschillende gespreksmomenten, maar ook via de overdracht van het kind wordt het contact tussen ouders en de pedagogisch medewerksters versterkt.